De eerste vleermuizen

24/03/2011

Ik zag zo-even vleermuizen vliegen boven de tuinen achter mijn bovenwoning, in de avondschemering. Ze zijn vermoedelijk afkomstig van de Valkenboskade, een kanaaltje met begroeide taluds aan weerszijden hier vlakbij. Er zit daar ergens een overstort van het riool en ik heb het idee dat ze daarin overwinteren.

En nu maar hopen dat er genoeg voedsel is voor de dieren – zoveel vliegen en muggen zijn er nog niet, volgens mij.

Natuur in de stad: mooi toch?

P.S. ik heb mijn waarneming gemeld bij de Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland. Per kerende mail kreeg ik bericht terug dat de kans groter is dat de vleermuizen in de spouwmuren van nabijgelegen woningen zitten of achter daklijsten van woningen en dus niet in die boven genoemde overstort.

Laatste update: ik weet inmiddels ook dat er in een flatgebouw in de buurt een kolonie zit van ongeveer 60 dieren. Grote kans dat de vleermuizen die ik gezien heb, uit deze groep afkomstig zijn.


Frodo in het park

12/02/2011

Ik hoorde vanmorgen voor het eerst dit jaar de heggenmussen zingen in het plantsoen aan de rand van mijn wijk. Eentje zat er op een gegeven moment vlakbij me op een boomtak – toen ik mijn pas inhield om hem te bekijken vloog hij een paar meter verder en barstte vervolgens uit in een nieuwe riedel, als een beloning voor mijn aandacht.

De auto’s raasden voort op de drukke weg pal naast het plantsoen, maar de vogels zongen gewoon door. Daar zit iets vertroostends in, iets bemoedigends – alsof de natuur sterker is dan de cultuur, alsof een klein vogeltje machtiger is dan al dat luidruchtige, gewelddadige metaal op wielen.

Klein overwint groot, groot is veel kwetsbaarder dan op het eerste gezicht lijkt. Schijn bedriegt soms.
Frodo in het park, op donderdagochtend.

Hieronder een mooie opname van een zingende heggenmus (mét verkeerslawaai):


Bloemen

03/02/2011

In het talud van de Valkenboskade bij mij om de hoek bloeit momenteel de Prunus subhirtella ‘autumnalis rosea’. Een hele mond vol voor een sierkers die – in tegenstelling tot zijn soortgenoten – in de herfst en/of de winter bloeit. Sneeuwkers wordt- ie wel genoemd, analoog aan zijn Duitse naam Schneekirsche. En ook wel winterprunus en herfstprunus.

een Amerikaans exemplaar van de sneeuwkers


De exemplaren die ik ken bloeien niet zo uitbundig, maar dat verwacht je ook niet in de winter. Zoals hij nu is, is hij mooi genoeg, daar in die groenstrook op dat hellinkje naar het water toe.
De aanduiding ‘Rosea’ in zijn naam verwijst naar de roze bloemkleur. Er bestaat ook een witte variant.

Iets verderop aan de huizenkant van de straat, bloeit op twee plekken de winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) feestelijk geel tegen de huizen. Een heester met groene, vaak nogal warrige afhangende twijgen die aangebonden moeten worden tegen een muur om een mooi geheel te krijgen.

winterjasmijn

Verder zie ik op nogal wat plekken Viburnum tinus ‘Gwenlian’ in bloei. Een wintergroene sneeuwbal die van november tot april bloeit met wit-roze trossen. Iemand bij mij in de straat heeft een exemplaar in zijn geveltuintje langs het trottoir, waar al maanden bloemen in zitten. Ik kan het weten, want ik loop er regelmatig langs met de hond…..

Viburnum tinus 'Gwenlian'

Binnenkort bloeit de gele kornoelje en de forsythia’s zullen over een paar weken ook wel beginnen. Als het niet gaat vriezen, tenminste. De winter is nog niet voorbij.


Luidruchtige exoot

27/01/2011

halsbandparkieten in Den Haag

Hoeveel halsbandparkieten zouden er inmiddels rondvliegen in Den Haag en omgeving, vroeg ik me laatst af. Ik zie en hoor ze werkelijk overal! Wel, according to Wikipedia is het antwoord op mijn vraag 5000, volgens een telling van januari 2010. In totaal wordt het aantal exemplaren in Nederland geschat op 9000.

‘Lawaaipapegaai’ heten ze hier in de volksmond – een logische bijnaam, gelet op de schelle roep. Een exotische verschijning, met zijn opvallend groene verenkleed en rode snavel. Opereert overdag meestal in kleine groepen, om ‘s avonds massaal bij elkaar te komen op een vaste slaapplaats.

Vermoedelijk is het allemaal begonnen met enkele ontsnapte of vrijgelaten volierevogels. Oorspronkelijk komen halsbandparkieten voor in Centraal-Afrika en Zuid-Azië, waar ze zeer algemeen zijn. Ze worden daar beschouwd als een plaagsoort omdat ze veel schade toebrengen aan rijpend fruit en landbouwgewassen.

Maar waarom zitten ze hier in Nederland vrijwel alleen in de stad? De halsbandparkiet lijkt een cultuurvolger te zijn, gelet op zijn voorliefde voor fruit en landbouwgewassen in zijn natuurlijke verspreidingsgebied. Een opportunist, die heeft geleerd dat er in de omgeving van mensen wat te halen valt. En in de stad leven veel mensen….Een andere verklaring is dat hij met zijn felle kleur in het buitengebied te veel zou opvallen, in de stad is hij veiliger en heeft hij meer vluchtplekken.

De halsbandparkiet is een holenbroeder en natuurbeschermers vragen zich af of hij broedholtes van spechten en andere vogels inpikt en daarmee een bedreiging voor deze vogels vormt. Onderzoek hiernaar lijkt voorlopig uit te wijzen dat dit niet het geval is. De vogel legt het in de strijd om de beschikbare nestholtes vaak af tegen de andere holenbroeders, is de indruk.

Meer informatie over deze vogel:  Hier!

Update 30 januari 2011: ook dit jaar heeft er al een telling van halsbandparkieten plaatsgevonden, las ik op natuurbericht.nl. Net als vorig jaar werden er op de slaapplaatsen ongeveer 10.000 vogels geteld. Meer hierover hier: natuurbericht


Boomhazelaar

21/01/2011

De gewone hazelaar is een bekende verschijning in park en plantsoen, maar wie kent de boomhazelaar?

Juist ja: een hazelaar met een doorgaande stam, die als straatboom gebruikt kan worden. Zijn wetenschappelijke naam is Corylus colurna en hij wordt ook wel Turkse hazelaar genoemd, omdat hij van oorsprong uit de contreien noordoostelijk van de Middellandse Zee komt. Hij draagt net als zijn struikvormige broer katjes in januari/februari.

In mijn wijk in Den Haag kom ik de boomhazelaar regelmatig tegen en het viel me vorig jaar pas voor het eerst op dat sommige exemplaren overvloedig hazelnoten dragen. Nader onderzoek (via Google) leerde me dat deze noten uitstekend eetbaar zijn en volgens sommigen zelfs beter smaken dan de vruchten van die andere hazelaar.

De noten zijn rijp in september en vallen dan met omhulsel en al van de boom. Een tasje meenemen als ik tegen die tijd met de hond ga wandelen en dan maar rapen…..

Meer informatie over de boomhazelaar: Hier!

blad boomhazelaar

noot + omhulsel boomhazelaar

 


Zaterdag

15/01/2011

Zacht en winderig, maar gelukkig goeddeels droog.

Ik geef de daklozenkrant-verkoper die bij de ingang van de supermarkt staat, een euro en voel me even een goed mens.

Drie halsbandparkieten vliegen met veel misbaar op uit een boom in het park als ik passeer met mijn hond. De zwaan in de vijver is nog alleen, maar de reigerkolonie hoog in de bomen komt tot leven. De toverhazelaar verderop langs het pad bloeit nu met gele sliertjes rond een onduidelijk bloemhart (foto). Ik heb nog geen sneeuwklokjes gezien, maar dat kan niet lang meer duren. De elzen hangen vol met katjes, over een week of wat volgen de hazelaars.

Nog te vroeg voor mijn volkstuin. Het is er nat en winters, al zitten er wel bloemknoppen in de kornoelje. Binnenkort ga ik de vlinderstruiken kortwieken en de andere heesters snoeien.

Thuis is alles rustig. Ik heb twee kranten, een stapel boeken en een warme kachel.

elzenkatjes


Mest

11/01/2011

Na een winterverlof van vijf weken ben ik gisteren weer begonnen op mijn vaste werkplek, een boomkwekerij in Wassenaar. Ik mocht mest gaan uitrijden – paardenmest gemengd met stro, goed voor de structuur van de grond en prima voedsel voor de planten. Een tractor met kiepwagen bracht drie vrachten en deponeerde die op het hoofdpad. Aan mij de taak om, gewapend met riek en kruiwagen, het edele goedje te verspreiden over een op dit moment nog braakliggend stuk land.

Schraal weer met een gure motregen als toegift. De winter-werkjas hoog gesloten, handschoenen en laarzen aan. De kruiwagen loopt soms bijna vast in de rulle grond. Fitness in de open lucht, daar lijkt het op. In de pauzes op adem komen, even zitten, even een paar minuten rust. Vermoeidheid en toch doorgaan; een moment stoppen om de rug te strekken en daarna opnieuw de riek pakken en de kruiwagen volsteken. Tellen helpt een beetje: al 10 kruiwagens weggebracht…..de 11e……de 12e….. De berg stront wordt maar langzaam kleiner.

Een cirkel. Mijn werk op deze boomkwekerij is een cirkel. Vorig jaar februari – nadat ik  hier pas begonnen was – deed ik ditzelfde werk op een ander deel van het bedrijf. Nu ben ik pakweg een jaar en vier seizoenen verder, en ben ik opnieuw mest aan het verspreiden. Een cirkel, een kringloop. Net als de natuur.


Goede voornemens

06/01/2011

Ik kom er elke dag langs tijdens het uitlaten van mijn viervoeter: het bankje aan de Valkenboskade tegenover huisnummer 585. En elke keer zie ik de verzakte stoeptegels voor het bankje en het gat dat daardoor ontstaan is en most of all: het gevaar dat iemand in het gat stapt en daarbij een lelijke blessure oploopt.

Het gat ligt er al een aantal maanden te gapen en niemand die er iets aan doet. Blijkbaar ligt het niet op de route van gemeentelijke inspecteurs, controleurs of een wijkteam. En geen passant die op het idee komt om de gemeente erover te bellen, alhoewel Den Haag een speciaal telefoonnummer heeft voor dit soort zaken (14070). Passiviteit alom. Of misschien is onverschilligheid een beter woord. Niemand die zich bekommert om de kwaliteit van de leefomgeving, niemand die het iets kan schelen. Iedereen wacht lijdzaam en lijdelijk af tot ‘ze’ langskomen om het te repareren.

Mij kan het wél schelen en toch heb ik lang gewacht om de telefoon te pakken. Ik ben niet onverschillig, maar wel passief….

Maar vandaag ben ik dan eindelijk in actie gekomen. Volgens de dame van 14070 die ik aan de lijn kreeg, wordt de verzakking nu binnen 3 dagen hersteld. We zullen zien. Ik ben in ieder geval van plan om mezelf in het vervolg wat actiever en assertiever op te stellen en dit soort dingen eerder te melden. Een heel goed voornemen voor 2011 – en nu maar afwachten wat er van terechtkomt!


Bidden per iPhone

03/01/2011

De Klaagmuur in Jeruzalem is voor veel Joden een heilige plaats. Het is alles wat er nog over is van de tweede tempel – het centrum van de verering van JHWH, zo’n 2000 jaar geleden. De muur is altijd een plek van gebed geweest, iets waar de talloze briefjes in de holtes tussen de stenen van getuigen.

De stichting die de Klaagmuur beheert heeft nu iets nieuws bedacht voor diegene die niet in staat is om fysiek naar Jeruzalem te komen. Het is een iPhone applicatie waarmee via de telefoon een gebed verstuurd kan worden. Dat gebed wordt daarna door de beheerder uitgeprint en in de Klaagmuur geplaatst bij al die andere smeekbeden. Het kan trouwens ook gewoon via de computer thuis en dit is de link daarvoor.

Bidden op afstand, via je computer of je telefoon. Voor Joden, christenen of wie dan ook. Een zinvolle noviteit of flauwekul? Voor een Jood in de diaspora wellicht zinvol, als een vorm van contact houden met zijn vaderland en zijn roots. Voor mij als christen niet goed, denk ik. Mijn God is daar niet meer op die plaats, want de tempel is verwoest en God is ‘verhuisd’. Hij is nu niet meer aan één plek gebonden, maar is overal ter wereld. Meedoen met het collectieve gebed bij de Klaagmuur lijkt daarom misschien wel interessant en nuttig, maar heeft uiteindelijk meer met groepsgevoel en emotie te maken dan met het zuivere bidden.


Oud en nieuw

29/12/2010

Vanaf vandaag, woensdag 29 december, mag er weer vuurwerk verkocht worden, meldt nu.nl.

Leuk voor mijn hond! Drie dagen stress; bij elke harde dreun schrikken en wegduiken. Alsof Al Qaida Den Haag als doelwit heeft uitgekozen. Alsof het oorlog is. Siervuurwerk is mooi, maar wat voor nut heeft dat knalvuurwerk? Het zijn altijd mannen en jongens die de herrie veroorzaken, je zult nooit een vrouw een rotje zien afsteken. De man is een jager, heeft het dáár mee te maken? Vuurwerk als substituut voor een jachtgeweer?

Oliebollen en appelflappen laat ik dit jaar wederom aan me voorbijgaan. Mijn darmen kunnen niet zo goed tegen die vettigheid, vandaar. Op oudejaarsavond zing ik de tijd uit tot het twaalf uur is en de hel losbarst. En daarna bel ik mijn moeder om haar gelukkig nieuwjaar te wensen, dwars door het lawaai heen. En dat is het dan. Naar bed met oordopjes in, om de andere ochtend wakker te worden in een vers 2011.

Een nieuw jaar maar geen nieuw begin, want de dingen van ’10 komen terug in ’11. Continuïteit. Een cirkel misschien? ‘Er is niets nieuws onder de zon, wat er was zal er altijd weer zijn.’ (Prediker 1: 9).


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.